Typography

15 December 2010 § Leave a comment

De Nederlandse term voor deze druktechniek is typografie. Typografie is een manier van grafisch vormgeven en valt (meestal) onder de hoogdruktechnieken, maar tegenwoordig kan men ook gebruikmaken van diep- of vlakdruktechnieken. Grafische vormgeving heeft als bouwstoffen letters, cijfers en afbeeldingen. Typografische vormgeving bestaat dan uitsluitend uit letters en cijfers. Met deze bouwstoffen kan men een boodschap maken. Een goede typograaf zorgt ervoor dat een boodschap optimaal wordt overgebracht. In eerste instantie is het boek de belangrijkste drager voor typografie, maar naast papier kan men tegenwoordig ook boodschappen overbrengen op bijvoorbeeld film of computer.
            Stanley Morison (1889 – 1967) maakte een definitie voor typografie: ‘Typografie zou men kunnen definiëren als de kunst drukmateriaal zodanig te schikken, dat dit in overeenstemming is met een specifiek doel: de letters onderling te schikken, het wit te verdelen en het zetsel te ordenen om de lezer in de hoogst mogelijke mate behulpzaam te zijn bij het begrijpen van de tekst. Typografie is een zakelijk middel tot een vooral nuttig en slechts bij toeval esthetisch doel, want het genieten van fraaie figuren is zelden het voornaamste oogmerk van de lezer.’(Uit: Ton Bolder e.a. 1990, p. 14). De meningen zijn echter verdeeld of typografie inderdaad een zakelijk middel is en zelden een esthetisch doel dient.

Materiaal
 Een typograaf werkt met een drukletter. Deze letter bepaald samen met de lijnen en andere ornamenten de tegenvorm. Deze tegenvorm bestaat dan dus uit het paginawit dat overblijft.  Men maakt bij letters onderscheid in kapitalen (hoofdletters) en kleine letters (onderkast). Daarnaast bestaan nog kleinkapitalen (hoofdletters ter grootte van kleine letters) en getekende letters (met accenten e.d.). Ook maakt men onderscheid tussen cursief (hellend), een gewoon staand alfabet en de romein (de vette).
             Tegenwoordig zien veel mensen de term drukletter los van ‘drukken’ zoals dat gebeurde in de handpersperiode. Toen werden namelijk losse letters in reliëfvorm gebruikt om te drukken. Deze losse letters werden gemaakt met behulp van een matrijs, een letterstempel, letterspijs en een gietfles. Een letterstempel is een staaf met een uitgesneden letter erop. De letter die op de stempel staat, werd in een matrijs (ook een staafje) gedrukt en zo ontstond er een uitdieping van de letter in de matrijs. In de matrijs werd vervolgens ‘letterspijs’ (een mengsel van lood, tin en antimoon) gegoten

Digital Bodoni Monotype published in 1999

en dat werd in een gietfles gedaan. Een gietfles bestaat uit twee delen die kunnen variëren in formaat doormiddel van een ijzeren veer (dat is handig omdat niet alle letters even breed zijn). Uit de gietfles kwam dan dus een letter in reliëfvorm, dat noemde men een letterstaafje (ca. 24 mm.). Dit letterstaafje werd aan de onderkant nog wat bijgeschaafd, zodat een voetje ontstond. Maar zoals net uitgelegd, dient er naast lettermateriaal ook paginawit te zijn. Dit werd in de handpersperiode gerealiseerd door blokjes en plaatjes neer te leggen in het zetsel. Deze dienden als spaties en witregels. 
            Deze letters, blokjes en plaatjes werden gesorteerd in een zetkast, waar een zetter blindelings over het algemeen de juiste letter uithaalde waarna hij ze ondersteboven in een zethaak plaatste. Na een aantal regels bracht de zetter het zetsel over in een galei. Als op de galei 1 pagina klaar was, werd het galei vastgebonden en weggezet. De zetsels werden dan meestal nog gecorrigeerd en daarna kon worden afgedrukt.
            De vorm van een letter werd in de handpersperiode dus sterk bepaald door degene die de losse letters uitsneed en goot (vaak de drukker), maar ook had de opdrachtgever vaak wat te zeggen over de typografie (zoals dat nu nog wel eens het geval is). Tegenwoordig worden de vormen van letters voor een groot deel bepaald door de techniek waarmee ze op een bepaalde ondergrond worden aangebracht. Er bestaan veel verschillende soorten zet-, druk-  en reproductietechnieken en daaruit komen veel verschillende lettertypen voort.

Geschiedenis en uitvindingen
Het is logisch dat sinds men zich bezighoudt met schrift, men ook zoekende is naar een vorm van letters weergeven, dat is dus ook het geval in handschriften. Na de uitvinding van de boekdrukkunst in ongeveer 1450 door Johann Gutenberg (al vinden sommige dat Laurens Janszoon Coster uit Haarlem de uitvinder is), was de (hand)drukpers het belangrijkste middel voor de typograaf om zijn letters weer te geven op papier. Gutenbergs wijze van drukken is uitgegroeid tot de algemene praktijk en tot de 19e eeuw bleef men op deze manier boeken drukken.
             In de 19e eeuw steeg echter de vraag naar drukwerk en de handpers kon niet meer voldoen aan de vraag. In 1798 al vond Alois Senefelder de steendruk (zie lithografie) uit. De uitvinding van Senefelder is belangrijk voor de typografie, omdat er meer vormvrijheid door ontstaat. Men is met de steendruk namelijk niet meer gebonden aan loden drukletters, maar kon de boodschap die overgebracht moest worden, schrijven. Hierna volgen de technische ontwikkelingen elkaar snel op: in 1812 werd de snelpers uitgevonden en in 1846 volgde de rotatiepers. Omstreeks 1860 werd de gietmachine uitgevonden en in 1885 vond Linn Boyd Benton de pantografische graveermachine uit, waardoor stempels en matrijzen echt achterhaald werden. Ook in 1885 werd de regelzetmachine uitgevonden door Otto Mergenthaler. Deze machine levert geen losse letters, maar hele regels. In 1889 vond Tolbert Lanston de monotype uit. Met dit systeem kon zeer mooi gedrukt worden. In 1900 kwam het offsetprocedé voort uit de steendruk van Senefelder. Volgens velen kende de typografie in de negentiende eeuw verval. Drukkers en uitgevers zagen door alle technische ontwikkelingen meer in de economische kant van hun vak dan in de kwalitatieve kant.
            Begin twintigste eeuw veranderde dit en was er weer aandacht voor kwaliteit en esthetiek. Dit was dan ook de tijd waarin de drukker zijn rol als typografisch vormgever verloor (uitzonderingen daargelaten). Steeds meer ging de uitgever deze rol vervullen, maar langzamerhand verschenen er specialisten op het gebied van de typografie en gaven ook uitgevers de typografische verzorging van boeken uit handen. In het begin van de 20e eeuw deed men ook pogingen om met behulp van fotografische middelen het zetten van teksten in loden letters overbodig te maken, de eerste fotografische zetmachines kwamen echter pas na 1950 en na 1965 werden er lichtzetmachines uitgevonden die gebruikmaken van een digitaalsysteem (met behulp van een laserstraal).
            Tegenwoordig besteden bijna alle uitgevers hun typografische verzorging uit. Typografen worden tegenwoordig gezien als specialisten in het vormgeven van letters. Al deze typografische vormgevers hebben hun eigen stijl. Er is echter niet altijd sprake geweest van individuele stijlen (logisch als men bedenkt dat typografie vaak gedaan werd door drukkers/uitgevers). In het verleden had elke periode dan ook zijn eigen letterstijl. Toch zijn er enkele individuen heel belangrijk geweest (ook in het verleden) voor een bepaalde letterstijl. Zo is de stijl van John Baskerville in de 18e eeuw belangrijk. Andere bekende namen zijn Didot, Bodoni en Walbaum.

Literatuur
Bolder, Ton., Joost Klinkenberg, Huib van Krimpen e.a. Typografie uitgangspunten, richtlijnen, techniek. Houten: Gaade Uitgevers 1990.
 
Handleiding voor den typograaf. Amsterdam: Alg. Ned. Typbond 1892.

Krimpen, Huib van. Boek over het maken van boeken. Veenendaal: Gaade Uitgevers 1986.

Linden, Fons van der. Grafische technieken. De Bilt: Cantecleer 1970, p. 81-85.

  Swann, Carl. Techniques of typography. London: Lund Humphries 1969.

Winter, Roland de. Illustratietechnieken. Traditionele grafische technieken en hun toepassingen in de boekdrukkunst. Antwerpen: Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet 2004.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

What’s this?

You are currently reading Typography at PRINTING ILLUSTRATED.

meta

%d bloggers like this: