Stipple engraving

20 December 2010 § Leave a comment

Stipple engraving is a form of intaglio printing where an image is build up out of stipples. The term ‘stipple engraving’ mostly refers to the technique ‘developed’ in England in the 1760’s by William Wynne Ryland and Francesco Bartolozzi (and Italian active in England), but was around much longer. While the ‘dotted manner’ was used as early as the regular engraving, it was only used as part of line engravings. But there are few exceptions like the Dutch goldsmith Jan Lutma junior who made engravings ‘opus mallei’, using only an awl, which made a much clearer dot then a burin.

With the exception of Jan Lutma, advanced stipple engravings didn’t exist until the second half of the eighteenth century when it developed from the crayon manner and the use of a combination of etching and engraving techniques. The stipple engraving became very popular in England, especially in combination with coloring 1a la poupée, but the technique didn’t receive much following in the rest of the world.


SALAMAN, M.C. The old engravers of England in their relation to contemporary life and art (1540-1800). London, Paris, New York and Melbourne: Cassel and Company, 1906. pp. 203-218.

HARVEY, F. ‘Stipple engravings as practised in England’. In: Print Collector’s Quarterly 17 (1930). pp. 48-71.

LINDEN, F. van der. Grafische technieken. De Bilt: Cantecleer, 1970. pp. 118-119.

GASCOIGNE, B. How to identify prints. A complete guide tot manual and mechanical processes from woodcut to inkjet. High Holborn: Thames & Hudson, 2004. 14b.




20 December 2010 § Leave a comment

With the emergence of lithography and photography in the early nineteenth century, experiments to combine both techniques began in the second half of the century.
A photograph could be made of any ordinary drawing or document and light-sensitive gelatine could be exposed to light trough the negative. The gelatine would harden according the negative and could then be inked and transferred to stone. It was also used with exposed albumine directly on the stone, afterward the stone was inked and only the hardened parts absorbed the ink. Both methods made it very easy to make reproductions of existing prints, drawings and manuscripts and it’s nearly impossible to separate a lithographically from a drawing on transfer paper.
At first only pure black and white where possible, but in the 1880’s it became possible to achieve tonal effects trough cracks in the gelatine. With these so called ink-photo’s, instead of printing it directly from the gelatine as a collotype, it was transferred to stone, losing some of the colloptype quality but with the advantage of the speed and low costs of lithography.


KRÜGER, O. Die lithographischen verfahren und der offset-druck. Leipzig: F.A. Brockhaus, 1926. pp. 22-77.

WALLIS, A brief history of photographic reproduction processes (up to 1939). Photography’s coming of age. Collotype. Photo-lithography. Lithoprinter 5 (1962): 653-654, 733-737; 6 (1963): 67-70, 105-108.

LINDEN, F. van der. Grafische technieken. De Bilt: Cantecleer, 1970. pp. 197-201.

TWYMAN, M. Breaking the mould: the first hundred years of lithography. London: British Library, 2001.

GASCOIGNE, B. How to identify prints. A complete guide tot manual and mechanical processes from woodcut to inkjet. High Holborn: Thames & Hudson, 2004. 41.


Anastatic print

15 December 2010 § Leave a comment

De Nederlandse term voor deze techniek is anastatische druk. Ontleend van het Griekse woord ‘anastatis’ dat ‘herrijzenis’ betekent.

Anastatische druk van een tekening van John Johnson. Gedrukt door R Appel´s anastatische drukpers

Deze illustratietechniek valt onder de manuele vlakdruk. Met de anastatische druk kunnen oude prenten gereproduceerd worden. Het doel is om de prenten te verveelvoudigen op lithografisch steen of metaal. Binnen de anastatische druk kan een onderscheid gemaakt worden op basis van de oude prenten en hun nieuwe afdrukken. Er zijn drie groepen te onderscheiden:
                1) De druk die moet worden overgedragen behoudt dezelfde kleur als de oude prent
                2) Het origineel wordt voorzien van nieuwe kleuren
                3) Al het overige dat gebeurt met de druk

 De prent wordt in verdund zwavelzuur gedoopt en vervolgens met stijfsel bestreken. De drukinkt van de oude prent neemt het zwavelzuur en het stijfsel niet op, terwijl het onbedrukte gedeelte van het papier dat wel doet. Vervolgens worden watten gedrenkt in een mengsel van terpentine en schapenvet en daarmee wordt de prent bestreken. Het gedeelte dat droog gebleven is (dus het gedeelte op de oude prent dat bedrukt is) neemt het vet en de terpentine op. Vervolgens wordt het beeld in de pers op een gladde steen overgezet. Oudere drukken van bijvoorbeeld een houtsnede kunnen zo dus op steen worden overgezet.

Rond 1870 vond P. van de Weijer deze reproductiemethode uit om oude prenten van Dürers houtsneden te reproduceren. De uitvinding wordt ook wel toegeschreven aan de Duitser R. Appel en Senefelder had over een soortgelijke druktechniek geschreven. Dit was echter niet precies dezelfde druktechniek als de anastatische druk.

Albert, August. Technischer Führer durch die Reproduktions-Verfahren und deren Bezeichnungen. Halle a. S.: Verlag von Wilhelm Knapp 1908.

Gascoigne, Bamber. How to identify prints. A complete guide tot manual and mechanical processes from woodcut to inkjet. High Holborn: Thames & Hudson 1986.

Linden, Fons van der. Grafische technieken. De Bilt: Cantecleer 1970, p. 178.


15 December 2010 § Leave a comment

De Nederlandse term voor deze druktechniek is typografie. Typografie is een manier van grafisch vormgeven en valt (meestal) onder de hoogdruktechnieken, maar tegenwoordig kan men ook gebruikmaken van diep- of vlakdruktechnieken. Grafische vormgeving heeft als bouwstoffen letters, cijfers en afbeeldingen. Typografische vormgeving bestaat dan uitsluitend uit letters en cijfers. Met deze bouwstoffen kan men een boodschap maken. Een goede typograaf zorgt ervoor dat een boodschap optimaal wordt overgebracht. In eerste instantie is het boek de belangrijkste drager voor typografie, maar naast papier kan men tegenwoordig ook boodschappen overbrengen op bijvoorbeeld film of computer.
            Stanley Morison (1889 – 1967) maakte een definitie voor typografie: ‘Typografie zou men kunnen definiëren als de kunst drukmateriaal zodanig te schikken, dat dit in overeenstemming is met een specifiek doel: de letters onderling te schikken, het wit te verdelen en het zetsel te ordenen om de lezer in de hoogst mogelijke mate behulpzaam te zijn bij het begrijpen van de tekst. Typografie is een zakelijk middel tot een vooral nuttig en slechts bij toeval esthetisch doel, want het genieten van fraaie figuren is zelden het voornaamste oogmerk van de lezer.’(Uit: Ton Bolder e.a. 1990, p. 14). De meningen zijn echter verdeeld of typografie inderdaad een zakelijk middel is en zelden een esthetisch doel dient. « Read the rest of this entry »


23 November 2010 § Leave a comment

(Dutch: Lithografie or steendruk, German: Lithographie or Steindruck, French: Lithographie)

Lithography is a form of planographic printing, invented towards the end of the 18th century by the German Alois (or Aloys) Senefelder (1771-1834). Lithography is based on the opposing properties of printing ink and water, the first being hydrophobic and oleophilic – attracting grease -, the latter being hydrophilic and oleophobic – repelling grease. Because of those properties, planographic printing is possible; Senefelder therefore called it ‘die chemische Druckerey’, ‘chemical printing’, as opposed to printing based on ‘physical’ properties of material, i.e. height and depth. The name, lithography is derived from the Greek lithos, stone and graphein, to write.

« Read the rest of this entry »

Metalcuts in the dotted manner

20 October 2010 § Leave a comment

Metalcuts in the dotted manner

Dutch: Schrootblad

French: Manière criblé

German: Schrottblatt

It’s a kind of relief print whereby you use metal instead of wood. This technique involves punching dots and stars into the surface of the metal. The results are patterns of white among completely black areas. At first, the this technique was used on wood. Where recesses had to be made over large surfaces, they didn’t cut into the wood, but would punch dots to produce a kind of “shotgun” effect. It turned out that wood wasn’t the best material for this particular process and so they started using plates of soft metal. These were most likely alloys of tin and copper or simply copper. It was especially useful if you wanted to turn a boring black background into something a little bit more interesting. Aside from using awls, you could finish the picture by punching holes and figures into the metal.

It’s not known who actually invented it, but it was introduced between 1430 and 1490. In the time they started using woodcuts, they experimented with other materials as well. As stated, metal came to be the preferred material. This is how the dotted print technique came into being. The prints made this way are often signed with a vignette or monogram. This practice leads back to the origins of the technique in the silvermsith’s working place.

Christ on the mount of olives (ca. 1470)

It was mostly used in fifteenth century Germany. To be more specific, it was especially popular around 1450-1480 in the area of Cologne. It was quite popular as a technique for book illustrations in the late fifteenth century and all through the sixteenth century.

And at the end of the 15th century, it was especially the French who used this technique enthusiastically in religious books such as a book of hours. The technique was used to produce the initials and the decorations on the side of the page.

This technique isn’t one you can find in just any handbook on printing techniques. Below you will find some works where there is a mention of the technique. The upside to this technique is that it’s not hard to recognize. Have a look at the illustration. You will easily recognize the “shotgun” effect, the many round holes.

Brunner, F. A handbook of graphic reproduction processes. Teufen: Arthur Niggli, 1962.

Gascoigne, B. How to identify prints: a complete guide to manual and mechanical processes from woodcut to inkjet. London: Thames & Hudson, 2004.

Klein, H. Handboek druktechnieken. Bentveld-Aerdenhout: Landshoff, 1977.

Laurentius, Th. Oude prenten: een handleiding voor verzamelaars: techniek, geschiedenis, etsen, gravures, houtsneden, papier, vals en echt, kwaliteitsbeoordeling. Lochem: de Tijdstroom, 1978.

Linden, Fons van der. De Grafische Technieken. De Bilt: Cantecleer, 1979.


18 October 2010 § Leave a comment

Albrecht Dürer - Rhinoceros woodcut, 1515

(Dutch: houtsnede, French: Estampe, German: Holzschnitt) Mankind has used wooden blocks to make impressions on different kinds of material for over fourthousand years. The earliest known piece of printed fabric dates from the fourth century AD, and by the sixth century the techique was widely applied, especially, but not solely, in Egypt. With the invention of paper in China around 100 AD a new material for printing with wooden blocks became available. However, it was not until the seventh century that the Chinese started using wooden blocks to print on paper on a large scale.
« Read the rest of this entry »

Where Am I?

You are currently browsing the Uncategorized category at PRINTING ILLUSTRATED.