Lithografie

23 November 2010 § Leave a comment

(Dutch: Lithografie or steendruk, German: Lithographie or Steindruck, French: Lithographie)

Lithography is a form of planographic printing, invented towards the end of the 18th century by the German Alois (or Aloys) Senefelder (1771-1834). Lithography is based on the opposing properties of printing ink and water, the first being hydrophobic and oleophilic – attracting grease -, the latter being hydrophilic and oleophobic – repelling grease. Because of those properties, planographic printing is possible; Senefelder therefore called it ‘die chemische Druckerey’, ‘chemical printing’, as opposed to printing based on ‘physical’ properties of material, i.e. height and depth. The name, lithography is derived from the Greek lithos, stone and graphein, to write.

« Read the rest of this entry »

Lijncliché

17 November 2010 § Leave a comment

 
 Lijncliché behoort tot de machinale hoogdruktechnieken. Wordt een zwart-witte pentekening geclicheerd, dan spreekt men van een lijncliché. De techniek wordt vooral gebruikt voor boekverluchting.

De Dietsche Taveerne te Utrecht. utrechtsarchief.nl

            Er wordt een tekening gemaakt die geen schakeringen mag bevatten. Men tekent met pen of penseel en Oost-Indische inkt, het liefst op helder wit papier. De lijnen moeten intensief zwart zijn. Van het model in zwart-wit (dus zonder grijstinten) wordt een negatieve fotografische opname gemaakt op glas of film. Vroeger moest men de negatief zelf maken door een glasplaat te overgieten met een lichtgevoelige vloeistof. Tegenwoordige bestaan er lichtgevoelige films. Echter met deze films is het negatief gespiegeld en voor de werkwijze is een niet-gespiegelde negatief nodig. Logischerwijs wordt de opname dus gespiegeld gemaakt. Dat spiegelen gebeurde vroeger met een prisma, tegenwoordig gebeurt dat met een spiegel. Bij gebruik van een film wordt de originele tekening op een verticaal staand bord vastgemaakt dat voor de camera staat. Met booglampen wordt dan gefotografeerd. De hoofdzaak is dat men een scherpe opname verkrijgt die niet te veel aan preciesheid verliest. Door een extreem harde fotografische film te gebruiken met ‘steile gradatie’ komt het model zonder tonen in zwart op een transparante ondergrond over. Deze opname heet het lijnnegatief.
            Dan wordt een vetvrije metalen plaat (van zink, koper of magnesiumlegeringen) voorzien van een dunne, egale laag lichtgevoelig materiaal. Dit wordt gedroogd. Dan wordt het lijnnegatief met de beeldzijde op het geprepareerde metaal gelegd. Vervolgens wordt de plaat belicht met kunstlicht en dat licht gaat door het negatief heen. Het lichtgevoelige materiaal krijgt door het licht dat door het negatief heen gaat een blijvende hardheid. Op de plaatsen waar het negatief zwart is en het licht dus niet door kan dringen, zal de lichtgevoelige laag niet hard worden (en oplosbaar blijven in water). Waar het negatief wit is, zal de laag dus wel hard worden en onoplosbaar in water. Dan wordt de plaat met inkt bedekt en in het water gelegd zodat de niet-belichte delen oplossen en met watten verwijderd kunnen worden. Hetgeen dat overblijft, geeft het te reproduceren beeld weer op de metalen plaat. Dit noemt men de metaalkopie. Hier kan men echter nog niet mee afdrukken.
            Vervolgens wordt de metaalkopie met hars- of asfaltpoeder bedekt. Het poeder hecht zich aan de vette inktlaag. Het overige poeder wordt weggeblazen. Voor men met etsen kan beginnen, wordt de plaat verwarmd. Het poeder smelt daardoor en vormt een zuurbestendige laag op het beeld. Ook de achterkant van de plaat wordt zuurbestendig gemaakt door vernis of asfaltlak. Dan kan men beginnen met etsen. « Read the rest of this entry »

Block printing

10 November 2010 § 1 Comment

Dutch: blokdruk

A page from the block book 'Biblia Pauperum'

Before the advent of modern western methods, a whole series of techniques had occured in China: engraving, writing by hand, multicolour printing, lithography, printing with individual fonts and block printing. These two last inventions, together with the use of paper, are fundamental in the process leading to the current book.

In the third quarter of the fourteenth century, the block print-technique also occures in Europe. However, there’s a lack of indication that the technique came to Europe from outside.

Chronologically blockprints come before incunables, but people kept using this primitive technique, while the typography was already blooming. Since the first quarter of the fifteenth century, a few block books (the result of block printing) occured in The Netherlands, at first in the south, somewhat later in the northern regions.

Block printing is a form of relief printing, the oldest of the printingmethods, whereby the ink is being transfered on raised parts of the printing surface, whether of wood or metal. Block books were made by hand, as separate wood engravings (Einblattdrucke). A piece of paper was put on the inked block, with some more pieces of paper on top of that for protection and then this got rubbed over with a brush or another round object. This way the ink from the block got tranferred onto the first paper.

From the beginning of the fifteenth century in The Netherlands, block prints were leaflets (mostly wood engravings from holy figures) and booklets on wood blocks, initially engraved with images, but later on also with words, sentences or whole pages of letterprint. Block prints were very laborious and therefore expensive in relation to the the small yields of only a text: after printing, the cut block became worthless. With soaring demand for inexpensive, large books one came to the discovery of printing with movable type.

From the few block books that have been made, there are only a couple left, also in a limited number of copies. A few examples of remaining block books are: the Apocalyps, presumably produced around 1440, with probably the underlying of the drawings from the ‘master of Catherina van Kleef’, the Biblia Pauperum (approx 1460), the Canticum Canticorum (approx 1465) and the Speculum humanae salvationis (approx 1460-70). They were all found in what is now Germany and The Netherlands.

Sources and further reading:

Braches, Ernst. Inleiding geschiedenis van de letter. Blokdruk en blokboek voor 1500 in Europa. Amsterdam, 1991.

Hellinga W. Gs., Kopij en druk in de Nederlanden. Atlas bij de geschiedenis van de Nederlandse typografie. Amsterdam: Federatie der Werkgeversorganisatiën in het Boekdrukkersbedrijf, Vereniging van Nederlandse Chemigrafische Inrichtingen, Noord-Hollandsche Uitgevers Mij, Amsterdam 1962.

Overdiep, G.S., Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 3. Antwerpen/Brussel: Standaard Boekhandel, Den Bosch: Teulings’ Uitgevers-maatschappij 1944.

Poortenaar, Jan. Van prenten en platen. De grafische technieken in voorbeelden, afbeeldingen en beschrijving. Naarden: Uitgeverij In den Toren, fourth edition.

Wu, Che-fu, De geschiedenis van het Chinese boek. (translated into Dutch by Koos Kuiper). Leuven/Apeldoorn: Garant 1993.

Metalcut or metal engraving

10 November 2010 § Leave a comment

 

Late fifteenth-century metalcut

Dutch: metaalsnede of metaalgravure

A metalcut or metal engraving (the borderline between both techniques is a narrow one) are both forms of relief printing and are cut by hand on metal blocks. The choice of name depends on whether the result is more like a woodcut or a wood engraving.

During the first hundred years of European printing, particularly in Germany in the late fifteenth century, craftsmen occasionally used metal instead of wood for relief prints. This form of metalcut is called the metalcut in dotted manner (see elsewhere on this blog).

Engraving tools

The first picture is a detail from a late fifteenth-century German metal cut, which show that the metal plate was mounted on a piece of wood. The head of one of the nails that held the plates on the wood can be seen above the halo. The difference between the engraved lines and the punched dots and patterns is obvious.

The second picture shows the tools, the cutting point and the method of sharpening it, by seventeenth-century burins or engravers.

From the sixteenth to the eighteenth centuries relief vignettes would sometimes be cut in metal rather than wood. The metalcut looks, obviously, more like a woodcut, because the white areas in the cut are being gouged away with broad strokes. The metal engraving shows the fine white lines of the burin, just like in a wood engraving. However these kinds of prints are hard, if not possible, to distinguish from the cuts and engravings made in wood.

Another form of metalcut, aside from the mentioned dotted prints, is relief etching. This form of relief printing produces metal plates by etching away the negative parts of the subject, the design being drawn to the surface with a varnish that would resist the acid. William Blake (1757-1827), a British engraver who used the process, called it ‘woodcut on copper’. He also produced relief prints with the graver, which he called ‘woodcuts on pewter’.


Sources and further reading:

Gascoigne, B. How to Identify Prints. A complete guide to manual processes from woodcut to inkjet. Second edition. New York: Thames & Hudson 2004.

Gilchrist, Alexander. Life of William Blake: with selections from his poems and other writings. In the series: Pre-Victorian book illustrations in Britain and Europe. Bristol: Thoemmes Press, Tokyo: Kinokuniya 1998.

Hind, Arthur M. An introduction to a history of woodcut, with a detailed survey of work done in the fifteenth century. New York: Dover Publications 1963.

Ivins jr., William M. How Prints Look. Photographs with a Commentary. Boston: Beacon Press 1943.

Kopergravure

7 November 2010 § Leave a comment

(Ook wel: lijngravure of chalcografie. Engels: Engraving (copper/line), Duits: Kupferstich, Kupferschnitt, Frans: Gravure au burin)

De burijn, en de manier waarop deze gebruikt wordt.

De kopergravure is een diepdruktechniek waarbij in koper gegraveerde prenten op papier worden gedrukt.         
            Voordat de techniek van het graveren in Europa werd gebruikt, was deze techniek in Azië en India al lange tijd bekend. Het graveren op metaal om daar afbeeldingen op papier van te maken is echter een Europese uitvinding van omstreeks 1450. In Azië en India werd de graveertechniek hier niet voor gebruikt. 
            De uitvinding van de kopergravure is moeilijk aan een iemand toe te schrijven. De Italiaanse goudsmid Maso Finiguerra wordt rond 1460 door de kunstschilder en schrijver Vasari genoemd als de uitvinder, maar in Duitsland zijn al in 1446 kopergravures vervaardigd. Het lijkt er dus op dat de techniek in zowel het noorden als het zuiden van Europa in het tweede kwart van de vijftiende eeuw onafhankelijk van elkaar is ontstaan. Vroege Italiaanse kopergravures vertonen veel overeenkomsten met zogenaamde nielli. Dit zijn in metaal gegraveerde beelden waarvan de groeven opgevuld zijn met een zwarte stof (niello is Italiaans voor zwart). De niellotechniek was al lang bekend en werd al tijden toegepast om kostbare voorwerpen mee te versieren. De kopergravure en de edelsmederij zijn zowel in Italië als in Duitsland nauw met elkaar verbonden. In beide landen zijn de meeste graveurs uit de vijftiende eeuw ook werkzaam als goudsmid en tot ver in de zestiende eeuw worden vaak kunstig gesmede voorwerpen op kopergravures afgebeeld. Daarnaast is ook het voornaamste instrument van een graveur (de burijn) afkomstig uit de edelsmederij. « Read the rest of this entry »

Crayon manner

3 November 2010 § Leave a comment

 

Beeld van een jong meisje door Gilles Demarteau. ´Farbstich in Crayonmanier´ naar François-André Vincent

In het Nederlands heet deze illustratietechniek de crayonmanier, ook wel potlood- of pastelmanier. In het Frans heet de techniek manière crayon en in het Duits Crayonmanier.

De crayonmanier valt onder de manuele diepdruktechnieken. Het is een etsprocedé en werd speciaal ontwikkeld in de 18e eeuw om facsimilés van krijttekening na te maken. Als men een krijtlijn onder een loep bekijkt, blijkt deze te bestaan uit een aantal stippen. Krijt dringt namelijk niet in papier, zoals vloeibare inkt dat doet. Bij de crayonmanier bestaat de lijn die ontstaat uit het grafische procedé (de lijn die uiteindelijk te zien is op de afdruk dus) ook uit een reeks stippen. Daarom is het dus een ideale manier om krijttekeningen na te maken. Naast voornamelijk krijttekeningen werden ook pastelwerken en olieverfwerken nagemaakt met de crayonmanier. « Read the rest of this entry »

Stencildruk

28 October 2010 § 1 Comment

Engels: stencil duplicating

De stencildruk is een reproductietechniek die tussen kopiëren en een zeefdruk in zit en behoort tot de categorie van de doordruk.
            Op een typemachine wordt een stencil gemaakt waarmee op een speciale stencilmachine afdrukken kunnen worden gemaakt. Bij het drukken dient een dun en taai viltachtig laagje als zeef. Dit wordt door een laagje was of iets dergelijks afgedekt. Op deze waslaag kan getekend of getypt worden, waardoor de deklaag verdwijnt en het doordringbare viltlaagje open komt te liggen. In de stencilmachine wordt het stencil waarop getekend of getypt is op een cilinder gespannen.  De viltlaag zuigt vervolgens door de geperforeerde waslaag de dunne inkt op en zet die aan de onderzijde op papier af. Stencilmachines kunnen eigenlijk worden gezien worden als de voorlopers van de huidige laserprinters en kopieermachines. « Read the rest of this entry »